De duur van de direct ingaande lijfrente is bepaald tot uw 85e levensjaar. Dit is gebaseerd op het statistische gegeven dat de gemiddelde Nederlander (nog) niet ouder wordt. Het is dus nog niet nodig hier op voorhand al een lijfrente voor aan te kopen. Mocht u 85 jaar af ouder worden en nog steeds zelfstandig willen wonen, dan kunt u onder bepaalde voorwaarden, opnieuw een Direct Ingaande Lijfrente afsluiten. Deze nieuwe aanvullende uitkering geldt levenslang, tegen een zeer beperkte koopsom, maar nog steeds uitsluitend met het doel de hypotheekrente te betalen.
Wat gebeurt er als mijn situatie verandert?
De SeniorenHypotheek wordt geheel gebaseerd op de overwaarde van uw eigen huis. U betaalt alleen hypotheekrente. De lasten op het hypotheekdeel dat de overwaarde vertegenwoordigt, zijn afgedekt in de gegarandeerde lijfrente die per direct maandelijks een bedrag uitkeert om de hypotheekrente te betalen. Ais u een partner heeft, gaat bij overlijden van een van u beiden de uitkering van de lijfrente voor 100% over op de partner. Na overlijden van de langstlevende eindigt de lijfrente-uitkering. Het eventuele restant van de koopsom waarmee de lijfrente is aangekocht, valt dan toe aan de verzekeraar. Het risico van vroegtijdig overlijden kan daarnaast worden afgedekt met een contraverzekering. Door een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten, wordt het kapitaalverlies voor de nabestaanden beperkt na het overlijden van de langstlevende verzekerde. Wij leggen u graag in een Persoonlijk gesprek uit hoe dit werkt.
Bij voortijdige beeindiging van de hypotheek binnen de looptijd van de Direct Ingaande Lijfrente, bijvoorbeeld wanneer u verhuist naar een andere woning of een verzorgingsinstelling, blijft de lijfrentepolis gewoon uitkeren. U bent in dat geval uw uitkering dus niet kwijt, maar heeft nog steeds een stuk extra uitkering.
Wat gebeurt er met mijn renteaftrek?
Gedurende de looptijd van de SeniorenHypotheek betaalt u alleen rente, en geen aflossing. In het huidige stelsel van de inkomstenbelasting is dat deel van de hypotheekrente, dat aangewend is voor aanschaf, verbetering, en/of onderhoud van de woning, gedurende maximaal 30 jaar aftrekbaar. Bracht u al voor 2001 rente in aftrek van een lening voor aanschaf, verbetering en/of onderhoud van de woning, kan de rente tot en met 2030 worden afgetrokken. Het rentedeel van uw oude hypotheek dat al aftrekbaar was in Box 1, blijft dus ook aftrekbaar in de nieuwe hypotheek.
Het nieuwe deel van de hypotheek dat is gevestigd op de overwaarde van uw woning, voldoet niet aan de fiscale voorwaarden. De rente over dit deel is daarom niet aftrekbaar in Box 1. Dit deel van de schuld valt in Box 3.
Hoe wordt de hypotheek afgelost?
De schuld van de nieuwe hypotheek wordt afgelost uit de opbrengst van de woning bij verkoop. Dat kan zijn na voortijdige beeindiging, bijvoorbeeld in geval van verhuizing naar een verzorgingsinstelling, of na overlijden van de langstlevende partner. Dit heeft een negatief effect op de nalatenschap. Het vermogen uit de woning is immers al voor het grootste deel beschikbaar gekomen via de SeniorenHypotheek. De erfgenamen kunnen zich dan echter zeker troosten met de wetenschap dat hun (groot)ouders het er -samen met hen -nog jarenlang heerlijk van hebben kunnen nemen. Bovendien resteert wellicht een deel van het vrije vermogen, dat niet meer 'in het huis zit'. Ook kan de woning nog in waarde zijn gestegen.
De waarde van de Direct Ingaande Lijfrente wordt in Box 3 op forfaitaire wijze belast. Deze waarde kan dus afwijken van de betaalde koopsom.
Wij laten graag in een opmaat gemaakte berekening zien hoe dit werkt.